donderdag 13 oktober 2016

Step by step.



Sinds iemand me enkele weken geleden op zijn bestaan wees is er sprake van een lichte obsessie. Extra blokjes om of lang genoeg ter plaatse trappelen is nog niet aan de orde maar ik prop de gezondheidsapp met slimme telefoon eromheen nu in de achterzak van mijn zo al krappe loopbroekje en steek er vervolgens vaart achter omdat ik te benieuwd ben naar hoe uitgestrekt de lange route werkelijk is (6729) en hoeveel korter de luie (4644). Ook betrapte ik mezelf op supermarktbezoeken binnen uitdagende wandel- in plaats van fietsafstand. Rommelmarkten hebben een sportieve dimensie gekregen (15 848 op een regenachtige editie van Vlaanderens grootste, 10 326 op een doorsnee Vlaamse kermis) en ook citytrips of daguitstappen lonen fysiek de moeite (ruim dubbel zoveel als nodig). Een Japanse dokter bedacht dat je dagelijks de tienduizend zou moeten halen om in het reine te zijn met je vitaliteit en conditie. De gemiddelde mens stapt er vierduizend (zo'n halfuur) te weinig bijeen. Reden genoeg om er wat vaker de pas in te zetten. Of om de teller bij de neus te nemen door met gekke bewegingen te trappen, zodat hij gepeddel als gewandel interpreteert. Een kwartier fietsen evenaart 2500 schreden. Maar zwart op wit bewijs geeft meer voldoening. Obsédée, hoorde ik dat goed?

Ochja.

Veel goeie voornemens waaien over en elke bezetenheid gaat ooit voorbij. 
Bij dit vertrek zal ik en passant goed op mijn tellen passen.

dinsdag 6 september 2016

De voedselinspectie.


Vlak voor de eerste hap van het avondeten komt een vraag. Het is bijna altijd dezelfde: 'Wat zullen we morgen eten?' Voedsel vormt het zwaartepunt van deze domicilie. Daar hoort een gevoelsmatige beurtrol bij en een standaard antwoord op de teruggekaatste 'Waar heb je zin in?': 'Iets gezonds, iets met veel groente'. Omdat geen van beiden het weet. En omdat je de ander met een ''t Is gelijk' nog minder inspiratie geeft. Er komt hier dus erg vaak iets gezonds, iets met veel groente op tafel. Weinig vlees ook, en in de zeldzame gevallen enkel biologisch gelabelde varianten. Los daarvan is de jury rechtvaardig. Biowortelen en -tomaten zijn gegarandeerd lekkerder maar er gaan geen punten van de eindscore bij vergissingen tijdens het shoppen. Voorraadkast en diepvries herbergen een basisgamma aan pasta, linzen, noten, scharreleieren, groente en zelfgemaakt pizzadeeg. En in de koelkast ligt parmezaanse kaas. Zo is spaghetti met tomatensaus een waardig alternatief voor frituursnacks op een katerige zondag met Stranger Things uitkijken als enige activiteit.



In tal van huishoudens slingeren weekmenu's rond. Die gewoonte is hier samen met regelmatig stofzuigen en op tijd de afwas doen gesneuveld. Omdat elke week vol verrassende wendingen zit en samen eten niet altijd lukt. Soms wordt er gepuzzeld met overschotten van elkaar, voor elkaar, zichzelf of visite. Soms bepaalt een gerecht de lengte van het boodschappenlijstje. Afhankelijk van wie er in de potten roert. Terwijl de een recepten tot op de milligram volgt, pretendeert de ander een nieuw experiment al na een keertje proberen onder de knie te hebben. En goochelt ze kwistig met extra ingrediënten uit de categorie Dingen Die Dringend Op Moeten. Met al eens een mislukking tot gevolg. (Notitie aan mezelf: spinaziedressing smaakt naar gras.) Een restje sperziebonen en de 'Geroosterde voorjaarsgroenten met waterkersvinaigrette' van Anna Jones zorgde voor een frisse huisversie van de salade niçoise. Met groene asperges, krielaardappels en eitjes. Echt zo'n gerecht dat je zelfs na twee porties doet blijven prikken in de schotel en nu minstens een keer per maand de borden haalt.

  
Een grote misvatting is de gedachte dat de winkelrekken voor een ingeving zullen zorgen. Dan sta je thuis ineens met een boeket groene groente in de handen waar je je geen raad mee weet. Broccoli barst van gezonde eigenschappen maar is moeilijk op smaak te brengen. Als je dan ook nog eens te lui bent om twee verschillende potten boven te halen waardoor koolhydraten en vitaminen samen moeten garen, krijg je een gigantische berg broccolipasta waarmee je daags nadien een uit de kluiten gewassen salade kunt maken. Een geluk bij een ongeluk heet zoiets. De stevig gekruide saus met champignons en pijpajuin (dag 1) of feta, olijven en dressing (dag 2) doen de rest. Let wel: lukraak gekozen ingrediënten kunnen alleen mits voldoende zin voor creativiteit bij zowel de hobbykok als diens tafelgenoten.

 

Klassiekers zijn hier zelden een bron voor keukengeweld wegens een te groot risico op flaters. De fase van zelfgemaakte stoverij en vol-au-vent is gepasseerd. Eerstgenoemde was nooit sappig genoeg, de tweede altijd te veel werk. Al ken ik iemand die weinig nodig heeft om enthousiast te worden wanneer de woorden 'frieten' en 'pintje' vallen. Een kookprogramma waarin de presentator mossels met bier combineert heeft dus voor een nieuw blijvertje in de receptenhitlijst gezorgd. Zwarte schelpdieren zijn gelukkig vlot in de omgang. Voor Vlaamse kost met gaartijden die in uren worden uitgedrukt gaan we gemakshalve op restaurant.


Hittegolven laten de honger samen met inspiratie verschrompelen. Een mens zou alleen maar salade eten op dagen wanneer elke inspanning hem vijf emmers zweet kost. Zo geschiedde tijdens een fietsknooppuntenroute. Een Tupperwarepot en een paar vorken zijn snel ingepakt. Wanneer je alles bijeen gooit wat lekker is en de balans tussen hard en zacht, zoet en zout weet te vinden, kun je erop rekenen dat er gauw gezeurd zal worden om een eetpauze. Zonder restjes voor likkebaardende voorbijgangers of koeien. En dat al omstreeks 17.00 uur. Het schaaltje borrelnootjes op het terras aan het einde van de rit kwam met andere woorden als geroepen.


Elke zelfverklaarde chef heeft zo zijn reeks signature dishes. Ik vind mezelf goed tot uitmuntend in crispy aardappelen uit de oven, tomatensaus en sinds kort ook een luie versie van de Koreaanse bibimbap. Degene aan wie de hand links in beeld toebehoort zou vast gespeeld bescheiden zuchten om vervolgens: 'Frietjes? Indische curry?' te bedenken. De vleesbroodjes vergeet hij altijd. Sinds de hype hier in de buurt menig hamburgertent uit de grond deed rijzen kunnen we na elke test unaniem zijn: nergens beter dan thuis. Alleen al omdat je er schaamteloos twee naar binnen kunt spelen en het niet uitmaakt op welke manier dat gebeurt. 


Dankzij Pinterest komt de experimentele spijsbereider al eens boven. Om niet voor de zoveelste keer allerlei groenten in voorverpakte tortilla's te moeten proppen, maakte ik er op een onbewaakt moment zelf met courgette, dankzij een doorklikrecept via een esthetisch verantwoord plaatje. Ze mogen dan wel niet zo vlot lossen of rollen als in het voorbeeld, gecombineerd met wortelsla en iets onbestemds groens (dat verdacht goed op de eerder genoemde spinaziedressing (lees: grassaus) lijkt) happen ze heerlijk weg. Een reeks ingrediënten in de zoekbalk van de inspiratiesite mikken, zorgt soms voor behoorlijk vindingrijke suggesties. Andere succesnummers zijn rodebietensaus, gevulde zoete aardappel, avocadotaart en gegrilde spruiten. Samen met patisserie waarvoor ik niet alle benodigdheden in huis had en dus vervangmiddelen zocht. Havervlokken en yoghurt zijn de nieuwe bloem en boter.


Het mooiste geschenk na een drukke dag is deze sms: 'Er staat een restje voor je in de frigo'. De grootste teleurstelling is een overschot signature dish ontdekken zonder zo'n sms'je te hebben gekregen. De uitdaging houdt in om zo weinig mogelijk uit de pot te prutsen dat het niet opvalt en net genoeg om het gevoel te krijgen gegeten te hebben. Ik weet nu al wat ik op de hamvraag zal antwoorden, vlak voor de eerste hap van vanavond. 'Uw Indische curry?' Bedankt, smakelijk!

donderdag 1 september 2016

Het hogetailledieet.




Ze staan met stip genoteerd in katernen vol stijltips voor dames. 
Omdat ze hip waren in de negentiger jaren (die nooit veraf zijn geweest),
ze buiken in het keurslijf houden en extra beenlengte veinzen. 

Maar het grote geheim van hoge broeken
dat trendbedenkers en liefhebbers verzwijgen 
uit angst voor overstock en hoongelach
is dat je niks kùnt eten, tenzij rechtopstaand (en da's behoorlijk ongezellig). 
Zitten kan, liefst niet te lang en enkel als de knoop los mag. 
Het vel van de volhouder krijgt een patroon met rode striemen. 

Al die kleine lettertjes stonden niet vermeld 
op het etiket van de High Relaxed
Echt ontspannend is hij pas
in een kast, na draagtijd.

donderdag 28 juli 2016

Under reconstruction.



Het is een eeuwigheid geleden dat ik 'Nee, da's een pruik' heb kunnen repliceren op de uitroep 'Zo veel haar! Is dat uw echt?!' Op een blauwe maandag toonde de spiegel een half zo dikke coupe: een triestige pluisbol in plaats van die woeste paardenstaart van weleer. Daar zijn jaren met volle borstels en minstens tien haren per sessie gedachteloos prullen aan voorafgegaan. Dat harken is nodig om DNA-materiaal in andermans huizen of eten te vermijden. Ik lijk fulltime in de rui, los van seizoenswissels of hormonale status. Via de zoekterm 'haaruitval' beland je op websites over kaalheid. Ergens waar je niet wil zijn. Volgens dezelfde bron is het doodnormaal om dagelijks 60 à 100 haren te verliezen. Tellen gaat te ver maar ruw geschat zal ik dat aantal ruimschoots overschrijden. En toch durf ik amper mijn beklag te doen omdat ik nog steeds beter ben voorzien dan de gemiddelde mens. Volgens de kapper is er zelfs niks aan de hand: 'Kijk eens, al die babyhaartjes', wees ze. Dan hoop ik dat die gauw volwassen worden. Bij een streep zon, zag ik laatst, verbrandt mijn hoofdhuid. Da's nieuw. Al een geluk dat echte zomers hier niet meer bestaan.

De dermatoloog zal vast en zeker een smalende blik op me werpen en vervolgens een visite aanrekenen. Alternatieve geneesmiddelen zijn plan A. Vitamine B8 schijnt te helpen. Al heb ik geen idee of de kleine dosis in mijn dagelijkse gele pilletje boordevol B's een verschil maakt. In een overmoedige bui ging er laatst minstens vijftien centimeter af. Da's minstens vijftien centimeter minder afval, zo gaat de redenering die mijn spijt moet vervangen. Sinds kort kam ik die kortere coupe ook voor het slapengaan. Om de haarzakjes te stimuleren in groei. Al worden die voorlopig nog steeds aangespoord om los te laten. De lijn van L'Oréal Elvive met arginine die ik op basis van een advertentie met wapperende dossen in huis haalde, gaf mijn hoofd een kunstmatig volumineus gevoel. Na het doorploegen van een paar beautyblogs ben ik dan maar gezwicht voor de winkel waarvan ik had gezworen er nooit een voet binnen te zetten wegens te krioelend met beautybloglezende meisjes. Lush, de artisanaal aandoende superette voor huid en haar, verkoopt shampoo in de vorm van ronde stukken zeep met zweverige namen. Het roze exemplaar met twijgje in het midden heet 'New' en belooft de oplossing te bieden tegen hormonale haaruitval. De essentiële oliën stimuleren de bloedsomloop, waardoor je haren 'wat langer blijven hangen'. 'Ha', schampert de criticaster, 'om een paar dagen later toch gewoon uit te vallen zeker?!' Maar het gegeven dat een zeepje van vijftig gram drie flacons van 250 milliliter kan vervangen snoert zo'n pretbederver de mond. Het is minstens het proberen waard. De twijg blijkt een kaneelstok te zijn en in combinatie met brandnetel, pepermunt, rozemarijn, laurier en kruidnagel gaat de badkamer op een keuken lijken. Aan de gekke haardvuurgeur wen je snel, net als aan de handeling om met een object over je hoofd te wrijven. In contact met water transformeert de rijstkorrelachtige textuur tot een schuimende massa die niet per se een ecologische indruk nalaat maar wel werkt. Het piepende geluid dat mijn natte haar doorgaans produceert bij bioshampoo blijft achterwege. Daarnaast had mijn innerlijke scepticus een dof en stug kapsel verwacht. Hij krijgt glans, doorkambaarheid en natuurlijke intensiteit in de plaats.

Of mijn haren nu echt langer tot zelfs definitief blijven hangen hou ik nog even in het midden. Daarvoor is de zeep nog te weinig gebruikt. En statistieken bijhouden van doucheputvondsten gaat ook weer te ver. In afwachting van beterschap zeg ik 'Sorry' en 'Er wordt aan gewerkt' aan allen die goudblonde draden in hun huishoudens ontdekken. In de hoop nooit 'Het is een pruik' te moeten repliceren, zonder het standaard grinnikje erbij. 

donderdag 30 juni 2016

What to expect when you're prospecting.


't Is elk jaar opnieuw hetzelfde liedje. Zogezegd niks nodig hebben maar achteraf treuren om gemiste kansen. Deze keer wordt alles anders. De voorbereiding is al achter de rug: tot tweemaal toe werd er gepast, gewikt en gewogen. In afwachting van het startschot en een acceptabel procent. Vanavond zal ik om vijf voor twaalf met arendsogen en de cursor op het ronde pijltje klaar zitten om de interieurafdeling leeg te kopen. Tien uur later wordt er aan de ingang van de welriekende winkel gekampeerd en volgt er een sprintje naar halte drie, vier, vijf en -mits fut- zes. Zonder getalm of oog voor verleidingen maar doelbewust en tussen de zich aan miskopen tegoed doende massa slalommend. En dat allemaal voor een paar lapjes stof, jacquard badhanddoeken met franjes, kristalwerk, visgraatmotief voor de zithoek en ander spul in afprijzing. Daarna kan het hol van de leeuw weer een tijdje gemeden worden. Tot minstens het einde van de maand, om de twijfelgevallen toch nog eens in overweging te nemen.